Hoe werkt de economie?
Hoe werkt de economie?
StartpaginaArtikelen

Hoe werkt de economie?

Beginner
1mo ago
10m

DE DERTIG SECONDEN SAMENVATTING:

  • Krediet, geld dat je later moet terugbetalen, drijft de economie.
  • Meer krediet betekent meer uitgaven. Meer uitgeven betekent meer inkomen, en meer inkomen betekent dat er meer krediet beschikbaar is bij kredietverstrekkers.
  • Krediet creëert ook schulden: het geleende geld moet uiteindelijk worden terugbetaald, dus de uitgaven moeten vroeg of later dalen.
  • Overheden verhogen en verlagen de rentetarieven kunstmatig om de economie onder controle te houden.


Inleiding

De economie houdt de wereld draaiende. Het speelt een grote rol in het dagelijks leven van ons allemaal, dus het is zeker de moeite waard om er iets meer van te begrijpen, zelfs op een iets hoger niveau.


Definities van "de economie" lopen uiteen, maar over het algemeen genomen kan een economie worden omschreven als een gebied waar goederen worden geproduceerd, geconsumeerd en verhandeld. Meestal zie je dat er over wordt gesproken op nationaal niveau, aan de hand van opiniestukken en nieuwsverslaggevers die verwijzen naar de Amerikaanse economie, de Chinese economie, enz. We kunnen de economische activiteit echter ook vanuit een mondiaal perspectief bekijken door rekening te houden met de activiteiten en zaken van alle landen.

In dit stuk duiken we dieper in op de concepten waaruit een economie bestaat, op basis van het model van Ray Dalio (uitgelegd in How the Economic Machine Works).


Wie vormt de economie?

Laten we op kleine schaal beginnen voordat we iets verder uitzoomen. Elke dag dragen wij als individuen bij aan de economie door te kopen (bijv. boodschappen) en te verkopen (bijv. te werken in ruil voor betaling). Andere individuen, groepen, overheden en bedrijven over de hele wereld doen in principe hetzelfde verdeeld over drie marktsectoren.

De primaire sector houdt zich bezig met het aanwenden van natuurlijke bronnen. Deze groep omvat zaken als bomen kappen, goud delven en landbouw (om maar een paar voorbeelden te noemen). Dit materiaal wordt vervolgens gebruikt in de secundaire sector, die verantwoordelijk is voor de fabricage en productie. Ten slotte omvat de tertiaire sector diensten van reclame tot distributie. 
Deze uitsplitsing naar "drie sectoren" is het algemeen aanvaarde model. Sommige modellen hebben het echter iets verder uitgebreid met een quartaire sector en een quinaire sector om een beter onderscheid te maken tussen diensten in de tertiaire sector.


Het meten van economische activiteit

Om de gezondheid van de economie te bepalen, willen we deze op de een of andere manier meetbaar kunnen maken. De meest toegepaste methode om dit te doen, is door gebruik te maken van het BBP of Bruto Binnenlands Product. Deze methode zoekt naar een calculatiewijze op basis van de totale waarde van goederen en diensten die in een bepaalde periode in een land zijn geproduceerd.

Globaal genomen betekent een stijgend bbp een stijging van de productie, het inkomen en de uitgaven. Omgekeerd duidt een dalend bbp op afnemende productie, inkomen en uitgaven. Let hierbij wel op dat er een aantal variaties zijn die gebruikt kunnen worden: het werkelijke bbp verklaart de inflatie, terwijl het nominale bbp dit niet doet.

Het BBP is in principe enkel een schatting, maar het weegt wel zwaar mee in analyses op nationaal en internationaal niveau. Het wordt door iedereen gebruikt, van kleine spelers op de financiële markten tot het Internationaal Monetair Fonds, om op deze wijze inzicht te krijgen in de economische gezondheid van landen.

Het bbp is een betrouwbare indicator van een nationale economie, maar net als bij technische analyse is het verstandig om dit te vergelijken met andere data om meer inzicht te verkrijgen.


Krediet, schulden en rentetarieven

Kredietverstrekkers en kredietnemers

We hadden het net even over het feit dat alles neerkomt op kopen en verkopen. Lenen is echter ook een essentieel onderdeel van de economie. Stel nu dat je beschikt over een grote hoeveelheid geld, waar je momenteel niets mee doet. Wellicht wil je dat geld actief inzetten, zodat het meer geld kan genereren.

Een manier om dat te doen, is door het uit te lenen aan iemand die iets moet aanschaffen, zoals machines voor een bedrijf. Momenteel beschikken ze niet over de financiële middelen, maar zodra ze de machine hebben aangeschaft, kunnen ze het geleende geld terugbetalen door de verkoop van hun eindproduct. Jij treedt in dat geval op als kredietverstrekker en de andere partij treedt op als kredietnemer.
Om het de moeite waard te maken, stel je wel een vergoeding vast voor het uitlenen van je geld. Stel dat je $ 100.000 hebt uitgeleend, dan zou je bijvoorbeeld kunnen stellen dat "de ander over het geld kan beschikken op voorwaarde dat je mij 1% betaalt voor elke maand dat het niet wordt terugbetaald." Deze extra kosten worden rente genoemd.

Als we uitgaan van enkelvoudige rente zou dit betekenen dat de andere partij jou elke maand $ 1.000 verschuldigd is totdat al het geld is teruggegeven. Als het na drie maanden zou worden terugbetaald, dan kan je in dat geval verwachten dat je $ 103.000 mag ontvangen, plus eventuele extra kosten die je hebt gespecificeerd.

Door dat geld aan te bieden, creëer je krediet: een afspraak dat de lener je later terugbetaalt. Creditcardgebruikers zullen ongetwijfeld al bekend zijn met dit concept. Als je met een creditcard betaalt, wordt het geld niet direct van je bankrekening afgeschreven. Het geld hoeft daar niet eens op te staan, op voorwaarde dat je de rekening achteraf betaalt.
Met krediet volgen tevens schulden. Door op te treden als geldschieter heb je schuld te innen en door op te treden als kredietnemer ben je geld verschuldigd. De schuld verdwijnt zodra de lening met de rente volledig is afgelost.


Banken en rentetarieven

Banken zijn waarschijnlijk de meest noemenswaardig kredietverstrekkers vandaag de dag. Je zou ze kunnen zien als een soort tussenpersonen (of makelaars) tussen geldschieters en leners. Deze financiële instellingen nemen feitelijk de rol van beide partijen op zich.

Als je geld op een bankrekening stort, dan doet je dat op voorwaarde dat zij het aan jou teruggeven. Vele anderen doen exact hetzelfde. Aangezien de bank nu kan beschikken over dusdanig grote hoeveelheid contanten, leent ze die uit aan kredietnemers.

Dit houdt wel in dat de bank niet al het geld dat ze verschuldigd is volledig vasthoudt. Het gaat uit van een fractioneel reservesysteem. Dit kan problematisch worden als iedereen tegelijkertijd besluit om te vragen voor terugbetaling van zijn geld, maar zoiets komt in de praktijk gelukkig zelden voor. Wanneer dit echter wel het geval is (bijvoorbeeld als iedereen het vertrouwen in de bank verliest), dan vindt er een bankrun plaats, waardoor de bank mogelijk instort. De bankruns van de Amerikaanse Grote Depressie van 1929 en 1933 zijn hier goede voorbeelden van.
Banken bieden doorgaans een motivatie aan om bij hun je geld te storten in de vorm van rentetarieven. Uiteraard zullen hogere rentetarieven aantrekkelijker zijn voor kredietverstrekkers (aangezien ze dan ook meer geld zullen krijgen). Voor leners geldt het tegenovergestelde: lagere rentetarieven betekenen dat ze niet zoveel hoeven terug te betalen bovenop de hoofdsom.


Waarom is krediet belangrijk?

Krediet kan worden gezien als een soort smeermiddel voor de economie. Hiermee worden individuen, bedrijven en overheden in staat gesteld om geld uit te geven dat ze niet onmiddellijk beschikbaar hebben. Volgens sommige economen is dit gegeven problematisch, maar velen geloven dat hogere uitgaven signalen zijn van een bloeiende economie.

Als er meer geld wordt uitgegeven, hebben meer mensen zicht op een inkomen. Banken zijn doorgaans geneigd om meer geld uit te lenen aan mensen met een hoger inkomen, waardoor individuen nu toegang hebben tot meer geld en krediet. Met meer geld en krediet kunnen individuen vervolgens meer uitgeven, wat in zal houden dat er nog meer mensen bij komen die uitzicht hebben op een inkomen, en zo gaat de cyclus door en door.


Meer inkomen → meer krediet → meer uitgaven → meer inkomen.


Deze cyclus kan natuurlijk niet voor altijd door blijven gaan. Door vandaag $ 100.000 te lenen, weet je dat je morgen $ 100.000 + moet terug betalen. Dus hoewel je de uitgaven tijdelijk kan verhogen, zal uiteindelijk de uitgaven moeten verlagen om het terug te kunnen betalen.

Ray Dalio beschrijft dit concept als de short-term debt cycle (kortetermijnschuldcyclus), die hieronder wordt geïllustreerd. Hij schat dat deze patronen zichzelf zullen herhalen over periodes van 5-8 jaar.



In het rood staat de productiviteit, die in de loop van de tijd groeit. In groen is het relatieve beschikbare kredietbedrag weergegeven.


Goed, maar waar kijken we nu eigenlijk naar? Nou, we kunnen in eerste instantie opmerken dat de productiviteit gestaag toeneemt. Zonder krediet mogen we verwachten dat dit de enige groeifactor is, aangezien je immers moet produceren om inkomen te genereren.

In het eerste deel van de grafiek kunnen we zien dat dankzij krediet het inkomen sneller groeit dan de productiviteit (wat economische expansie teweegbrengt). Uiteindelijk stopt de expansie en dit leidt dit tot economische krimp. In het tweede deel neemt de beschikbaarheid van krediet aanzienlijk af als gevolg van de aanvankelijke "boom". Het gevolg hiervan, is dat het moeilijker wordt om een leningen te krijgen en dit zet inflatie in werking, wat de overheid ertoe aanzet corrigerende maatregelen te nemen.

Laten we dit in de volgende paragraaf iets verder onderzoeken.


Centrale banken, inflatie en deflatie

Inflatie

Stel nu dat iedereen toegang heeft tot bergen krediet (deel één van de grafiek van de vorige paragraaf). Ze kunnen veel meer kopen dan dat ze dit zonder krediet zouden kunnen doen. Maar terwijl de uitgaven aanzienlijk stijgen blijft de productie achter. In feite neemt het aanbod van goederen en diensten niet toe, maar de vraag hier naar wel.

Het gevolg hiervan, is inflatie: dit is het moment waarop de prijzen van goederen en diensten beginnen te stijgen als gevolg van een grotere vraag. Een populaire indicator om dit te meten is een consumentenprijsindex (CPI), die de prijzen van gebruikelijke consumptiegoederen en -diensten in de loop van de tijd monitort.


Hoe werkt een centrale bank?

De banken die we eerder hebben omschreven, zijn over het algemeen genomen commerciële banken die zich voornamelijk richten op particulieren en bedrijven. Centrale banken zijn overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor het beheer van het monetaire beleid van een land. In deze categorie vallen ook financiële instellingen zoals de Federal Reserve van de Verenigde Staten, de Bank of England, de Bank of Japan en de People's Bank of China. Noemenswaardige taken zijn onder andere het verhogen van het geld dat in omloop wordt gebracht (via kwantitatieve versoepeling) en het beheersen van de rentetarieven.

Het verhogen van de rentetarieven is iets dat centrale banken zouden kunnen doen als de inflatie te veel uit de hand dreigt te lopen. Als de rente wordt verhoogd, dan is automatische het verschuldigde bedrag ook hoger en zal lenen ineens een stuk minder aantrekkelijk zijn. Omdat particulieren ook hun schulden moeten aflossen, zullen de uitgaven bij deze groep naar verwachting ook afnemen.

In een ideale situatie zorgen de hogere rentetarieven dat de prijzen weer zullen dalen door de verminderde vraag. Maar in de praktijk zal dit doorgaans leiden tot deflatie, wat in bepaalde contexten problematisch kan zijn.


Deflatie

Zoals je wellicht al in kan vullen, is deflatie het tegenovergestelde van inflatie. We definiëren deze term doorgaans als een algemene prijsdaling over een bepaalde periode, die meestal wordt veroorzaakt door een afname van de uitgaven. Aangezien er minder wordt uitgegeven, kan dit verder gepaard gaan met een recessie (zie The 2008 Financial Crisis Explained).
Een veel toegepaste remedie om deflatie tegen te gaan is juist het verlagen van de rentetarieven. Door de verschuldigde rente op krediet te verlagen, worden individuen juist gestimuleerd om meer te lenen. Met meer krediet verwacht de overheid dan dat de verschillende participanten binnen hun economie weer meer gaan uitgeven. 

Net als inflatie kan deflatie worden gemeten aan de hand van het consumentenprijsindex.



Wat gebeurt er als de economische zeepbel barst?

Dalio stelt onder meer, dat de grafiek die we hierboven hebben geïllustreerd (de kortetermijnschuldcyclus) een kleine cyclus is binnen de langetermijnschuldcyclus.


De schuldcyclus op lange termijn.


Het hierboven beschreven patroon (toenemende en afnemende beschikbaarheid van krediet) herhaalt zichzelf steeds over verloop van tijd. Aan het einde van elke cyclus is er echter sprake van meer schuld. Uiteindelijk wordt de schuld onbeheersbaar, wat zal leiden tot massale schuldafbouw (waarbij de individuen proberen hun schuld weer te verminderen). Dit principe wordt geïllustreerd door de plotselinge daling die zichtbaar is op de grafiek.

Wanneer schuldafbouw plaatsvindt, beginnen de inkomens te dalen en neem het krediet af. Mensen kunnen in dat geval hun schulden niet terugbetalen en zullen proberen hun bezittingen te verkopen. Maar naast hen zal iedereen dit proberen te doen, waardoor de activaprijzen zullen dalen als gevolg van het overvloedige aanbod.

Aandelenmarkten zullen in dergelijke scenario's crashen, en in dit stadium kan de centrale bank de rentetarieven niet verlagen om de lasten te verlichten als deze al 0% bedraagt. Hierdoor zullen negatieve rentetarieven ontstaan, wat gezien wordt als een controversiële oplossing die niet altijd effectief schijnt te zijn.

Maar wat kunnen ze wel doen? Nou ja, de meest voor de hand liggende manier is om de uitgaven te verminderen en de schulden kwijt te schelden. Dit brengt echter andere problemen met zich mee: verminderde uitgaven betekent dat bedrijven minder winstgevend zullen zijn, wat in zal houden dat het inkomen van werknemers zal afnemen. Industrieën zullen hun personeelsbestand moeten verkleinen, wat zal leiden tot hogere werkloosheidscijfers.

Door de lagere inkomens en een afname aan werkende burgers zal de overheid dan minder belasting kunnen innen. Tegelijkertijd moet het juist meer uitgeven om te voorzien in het toenemende aantal werkloze burgers. Omdat het meer uitgeeft dan het ontvangt, zal er sprake zijn van begrotingstekort.
Een oplossing die hiervoor wordt geopperd is om geld bij de drukken (money printer goes brrrrr, zoals gekscherend in cryptocurrency-kringen wordt geroepen). Met dat geld kan de centrale bank vervolgens geld uitlenen aan de overheid, die hier vervolgens de economie mee probeert te stimuleren. Maar dit kan echter ook weer tot problemen leiden.
Geld uit het niets creëren veroorzaakt inflatie omdat het de hoeveelheid geld in omloop vergroot. Hiermee begeven we ons op glad ijs omdat dit uiteindelijk kan leiden tot hyperinflatie, waarbij de inflatie zo snel toeneemt dat het de waarde van een valuta kan wegvagen en vervolgens uitmondt in een economische ramp. Je hoeft alleen maar te kijken naar de voorbeelden van de Weimarrepubliek in de jaren twintig, Zimbabwe aan het einde van de jaren 2000 of Venezuela aan het einde van de jaren 2010 om te zien welke impact hyperinflatie kan hebben.

In vergelijking met de kortetermijncycli begeeft de langetermijnschuldcyclus zich over een veel langer tijdsbestek, waarvan wordt aangenomen dat deze elke 50 tot 75 jaar plaatsvindt.


Hoe valt dit allemaal samen?

We hebben hier nogal wat verschillende onderwerpen behandeld. Uiteindelijk draait het model van Dalio om de beschikbaarheid van krediet, waarbij de economie groeit aan de hand van meer beschikbaar krediet. Met minder krediet zal dit juist krimpen. Deze gebeurtenissen wisselen elkaar af om kortlopende schuldcycli te creëren, die op hun beurt deel uitmaken van langlopende schuldcycli.

Rentetarieven beïnvloeden het gedrag van veel van de participanten binnen een economie. Als de rentetarieven hoog zijn, is sparen zinvoller, aangezien uitgeven minder noodzakelijk is. Wanneer ze worden verlaagd, lijkt het uitgeven de meest rationele beslissing te zijn.


Tot slot

De economie is dusdanig kolossaal dat het moeilijk kan zijn om alle verschillende componenten in beschouwing te nemen. Door goed te observeren, kunnen we echter zien dat dezelfde patronen zich keer op keer herhalen wanneer participanten transacties met elkaar aangaan.

In dit stadium heb je hopelijk beter inzicht gekregen in de relatie tussen kredietverstrekkers en kredietnemers, het belang van krediet en schulden, en de stappen die centrale banken nemen om economische rampen tegen te gaan.